Pijn en Yoga

Pijn en yoga

Door Rik Verbeek, gepubliceerd in OhmVani, nr1 2003

Pijn is een dwingende gewaarwording om allerlei goede redenen. Zonder pijn als waarschuwingssignaal en motivator zou ik niet overleven. Pijn bemoeilijkt de waarneming (zelfs die van pijn zelf) en beïnvloedt het gedrag. De lichamelijke en geestelijke conditie gaat achteruit: er is verlies aan concentratie, coördinatie en subtiliteit, het bewegen wordt behoedzaam.

Ik kan mijn pijn etaleren door me moeilijk te bewegen, met een droevige, angstige blik, of een gezicht zonder uitdrukking. Langdurige pijn kan ertoe leiden dat ik me weinig beweeg, en dat leidt tot meer pijn.

Langdurige pijn ontwikkelt zich tot emotie. Een pijnemotie zal de oorspronkelijke pijngewaarwording meer en meer ontgroeien. Emoties vormen mijn gedrag en gewoontes en op den duur zelfs mijn karakter. Op mijn gewaarwordingen heb ik vrijwel geen rechtstreekse invloed, maar aan mijn emoties, gedrag en karakter kan ik heel wat doen door spontaniteit te cultiveren en vaste gedragspatronen te wijzigen of ze door andere te vervangen. Emoties kan ik veranderen door ze te observeren in hun ontstaan, en ze te bevestigen of niet te bevestigen. Het yogarepertoire heeft in dit verband veel te bieden.

Ademtechnieken
Er zijn een paar eenvoudige ademtechnieken die een verbluffende uitwerking kunnen hebben.
-Kreunen is onze ingebouwde ademtechniek bij pijn. Er is niets mis met kreunen: het helpt.
-Verbeeld je, dat je inademt door de voorkant van de pijn, uitademt door de achterkant ervan.
-Een belangrijk aspect van het ademen is het gevoel van koelte. De inadem is koel, de uitadem warm. In je verbeelding stuur je de koelte van de inadem naar het pijngebied en laat je de gewaarwording van koelte de gewaarwording van pijn oplossen.

Andere aspecten van het oefenen
Oefenen wanneer ik pijn heb, veronderstelt dat ik de moed en discipline heb om de pijn te confronteren. Zo gezien ondermijnt elke yogaoefening pijngedrag. Houding- en ademoefeningen herinneren me eraan hoe ik me gedroeg zonder pijn.

Ik stel me de vraag of ik werkelijk om mijn lichaam geef. Vaak heeft het lichaam alle reden om mij als bewoner en beheerder te wantrouwen. Het moet zichzelf verdedigen, zich schrap zetten en voor de zekerheid alvast alarmsignalen geven vóór het beschadigd wordt. Het ontwikkelt een gedragspatroon van vrees en vermijding. Als ik het lichaam respecteer, ook in zijn pijn en stijfheid, en het met zorg behandel, geef ik het de kans mij te vertrouwen en te respecteren. Dan heeft het meer reden los te laten en zich anders te gedragen.

Pijn kost veel energie. Door mentale, houding- en ademtechnieken kan ik leren zuiniger met mijn energie om te gaan. Door op een filosofischer manier naar mezelf en de wereld te kijken word ik laconieker en maak ik me niet meer druk over zaken waar ik vroeger van wakker lag. Het oefenen kan een ritueel aspect hebben. Rituelen geven tijd voor bespiegeling, ze helpen goede en kwade ervaringen te verwerken.
Wanneer ik pijn benoem – in termen als koud-warm, stomp-scherp, licht-zwaar – schept dat een zekere distantie en maakt het de waarnemer in me wakker. Ik onderzoek de woorden die in me opkomen, vergelijk de associaties die ze oproepen met mijn gewaarwordingen en vraag me af welke aspecten nog niet verhelderd zijn of intussen alweer veranderd zijn.

Door yogaoefeningen, filosofie en meditatie kan ik leren lichamelijke en geestelijke gewoontes te onderzoeken, ze te vervangen of te veranderen, en de terugweg af te leggen van gewoontes naar de oorspronkelijke gewaarwordingen.

Meditatie, psychologie en filosofie
De meest rechtstreekse benadering van pijn is meditatie. Meditatie, niet-gedrag, is het gewaar worden van attitudes en neigingen vóór ze zich tonen in gedrag.

Als pijn er lange tijd is, als pappen en nathouden niet meer helpt en ik al mijn zelfmedelijden verbruikt heb, dan móet ik heroverwegen. Langdurige pijn zet me met mijn rug tegen de muur en dwingt me na te denken over mijn toekomst. Wil ik hier blijven staan, de komende dertig of meer jaren, of wil ik in beweging komen? De steun van deze muur op te geven kan de pijn vergroten, maar ook andere perspectieven mogelijk maken. Het kan mijn inzicht vergroten in de rol van gehechtheid, zelfhaat, het vasthouden aan geconditioneerdheid en het afzien van vrijheid.
Werkelijke concentratie op pijn is moeilijk, maar niet onmogelijk. Me concentreren op pijn maakt me bewust van wat pijn eigenlijk is: een gewaarwording, en niet een emotie. Ik zie dat mijn ervaring ervan gewoonlijk meer een product is van mijn geheugen en verbeelding dan van de oorspronkelijke gewaarwording. Zo kan ik me ontdoen van wat ik aan de pijn heb toegevoegd, me ervan losmaken en me bewust maken van niet-pijn.

Wanneer ik mediteer heb ik geen voorkeur voor de ene gewaarwording boven de andere. Als ik mediteer wanneer ik pijn heb, dan is de kans groot dat de pijn het podium van mijn aandacht vult, maar waarschijnlijk niet helemaal, en niet voortdurend. Pijn kan me wijzen op niet-pijn. Door onbevooroordeeld observeren van pijn kan ik leren het bewustzijnsvernauwende ervan om te vromen tot iets dat het bewustzijn verruimt. Ik word sensitief en ga houden van het lichaam dat ik zo verafschuwde. Van tegenstander wordt het lichaam handlanger of voertuig op weg naar zelfkennis. Ik beoefen zuivere aandacht, die leidt tot het loslaten van pijn. Ik leer de pijngewaarwording niet te manipuleren, er niet over te denken, er niet op te reageren en de pijn waar te nemen zoals die is.

Tot slot
Een belangrijk aspect van leven met pijn is de rol van de ander. De ander kan helpen de waarnemer in me te wekken en wakker te houden. Hij kan me helpen besluiten iets te dóen en bij dit besluit te blijven.

Terug naar Doen en Laten